Als kind kon ik mezelf, thuis, uren vermaken door me te verliezen in de wereld van kleur. Een paar potloden of viltstiften en dan ontdekken wat ik er mee kon doen. Hoe ze samen mengden, hoe ze tegenover elkaar konden staan of zich in elkaar konden verliezen.

Ik lag met mijn hoofd op mijn arm op tafel, schuin te kijken naar mijn vel papier waar mijn andere hand met het potlood bewoog. Dan weer zat ik volledig gefocust met mijn hoofd boven het papier, om maar niets te missen. Kenmerkend was dat ik niet echt iets aan het maken was, maar mezelf aan het vermaken. Ik beleefde, ontdekte en had geen idee wat ik deed (het bleken later mandala’s te zijn).

Je moet toch weten

Eigenlijk was er niemand die mij dit leerde. Het ontstond vanzelf en was heerlijk om te doen. Maar ik leerde wel dat je dit niet overal kan doen. De meeste leerkrachten willen graag dat je weet wat je doet. En nog beter: dat je weet wat je maakt. Iets wat je in die ietwat dromerige meditatieve sfeer niet kan.

Juist doordat dit niet-nadenkend-tekenen niet gestimuleerd wordt, zijn veel volwassenen de verbinding met dit intuïtieve gebied kwijt geraakt. En als ze er wel verbinding mee maken (bijvoorbeeld met de doodles die je maakt tijdens een telefoongesprek), wordt er al gauw gezegd: ”Het stelt niets voor”. Daarmee doe je deze tekening echt te kort.

Helder weten in niet weten

Wie niet gewend is om vanuit deze sfeer te werken, zal verbaasd zijn over het heldere weten dat er tegelijkertijd is. Vanuit het denken weet je niets, maar je hand weet de weg en gaat vanzelf. Je hebt een voelend weten. Je hoeft niets te plannen, niets te bereiken. Je systeem weet de kleur, waarvan je voelt dat het klopt. Juist doordat je niet vanuit het denken werkt, waardoor je denkt dat je niets weet, valt er niets te sturen of te bereiken. Zelfs niets te verbeteren. Er is en dat klopt. Je voelt wat het met je doet. je vormt een geheel.

Gesprek

Als je met iemand, over zo’n niet-weten-tekening praat, zal die persoon moeten schakelen van het vlak van voelend weten, naar mentaal weten. Die schakeling kan de verbinding met het voelend weten verbreken en dat is dus, zeker bij personen voor wie het voelen nieuw is, niet altijd aan te bevelen. Toch kan het ook fijn zijn om te praten over zo’n niet-weten-tekening. Vaak gaat het over het gevoel: “Daar wilde ik wit, maar dat voelde raar en toen dacht ik nog: “als ik daar groen doe”, maar dat wilde ik ook niet en toen pakte mijn hand blauw. Ik heb geen idee waarom. Maar het klopt.” Soms komen er associaties bij: “Oh dat blauw doet me denken aan de zee. Die heerlijke beweging. Dat vloeiende.” In de mimiek en lichaamstaal zie je vaak het lichaam meebewegen, waardoor de woorden logisch worden. Zelfs als ze tegelijkertijd onbegrijpelijk lijken.

Uitleg

Wat heel verleidelijk is, is om je denken volledig in te gaan zetten, opdat je die associaties kan verklaren. Want voor veel mensen is het lastig om iets te maken en vervolgens niet te weten wat het precies is. Om er geen kader omheen te plaatsen. Snel fluistert er een innerlijke stem: “Het stelt niets voor!”

De kracht van in het niet-weten te mogen blijven is dat je enerzijds ontdekt waar je aan gaat denken. Wat voor soort gedachten geven je een houvast? Je kunt ook voelen wat het met je doet. Is het spannend of juist heerlijk om het niet te hoeven weten. Als je echt in het niet-weten kunt blijven, kan er veel van je af vallen. Want je hoeft niets meer. Je kunt gewoon waarnemen, voelen, aanwezig zijn met wat er is en doen.

Het klopt

Dan kan je je steeds meer openen voor het aanwezige heldere weten van het niet-weten. Je resoneert er mee en ervaart: het klopt. Terwijl je denken nog steeds kan denken: “Ik heb geen idee!”

Meer lezen:

Ontwar het grijze gebied tussen denken en voelen

Eigenlijk is een alarmwoord, waar je acht op mag slaan

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *